Uitzicht over de daken van Banská Štiavnica vanaf het Nieuwe Kasteel, met beboste heuvels rondom de stad.

Steden

Banská Štiavnica: mijnstad in een vulkaankrater

Gepubliceerd 9 september 2026

Foto: Adrian Tync · CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Banská Štiavnica ligt in de restanten van een ingestorte vulkaan en dankt zijn bestaan aan zilver en goud. In de middeleeuwen was het de belangrijkste edelmetaalproducent van het koninkrijk Hongarije. De stad staat sinds 1993 op de werelderfgoedlijst, samen met de technische monumenten eromheen: een stelsel van kunstmatige meren dat op zijn hoogtepunt uit ongeveer 60 bekkens bestond.

Een stad die in een krater ligt

De ligging is het eerste dat opvalt. Banská Štiavnica ligt in een kom die is overgebleven van een ingestorte vulkaan, en de straten volgen de hellingen van die kom. Vlakke stukken zijn er nauwelijks; het plein loopt af en de huizen staan in trappen boven elkaar.

Dat maakt het lopen zwaarder dan de afstanden doen vermoeden. Van het benedenplein naar het Nieuwe Kasteel, waar de foto boven dit artikel vandaan komt, is het een paar honderd meter, maar wel steil omhoog.

Voor de auto is het lastig terrein. Parkeren gebeurt aan de rand en het laatste stuk gaat te voet. Wie slecht ter been is, moet daar rekening mee houden: dit is geen stad om luchtig doorheen te slenteren.

Zilver, goud en het koninkrijk Hongarije

Er wordt hier al sinds de late bronstijd gedolven, maar de stad zoals we die kennen ontstond in de dertiende eeuw. Banská Štiavnica werd de belangrijkste producent van zilver en goud voor het koninkrijk Hongarije, en dat leverde privileges en rijkdom op die aan de gevels nog te zien zijn.

Het probleem van dieper delven is water. Hoe verder de schachten reikten, hoe meer grondwater eruit gepompt moest worden, en pompen kost energie. Dat probleem heeft de stad opgelost op een manier die de reden is dat ze op de werelderfgoedlijst staat.

In 1762 werd hier de eerste mijnbouwacademie ter wereld gesticht, op initiatief van Maria Theresia. Studenten kwamen uit heel Europa, en de technieken die hier werden ontwikkeld verspreidden zich vandaaruit. De stad was in de achttiende eeuw evenzeer een centrum van technische kennis als van delfstoffen.

De tajchy: zestig meren als krachtbron

De omgeving van Banská Štiavnica heeft geen rivieren van betekenis. Om toch aan energie te komen, legden de mijnbouwers vanaf de zeventiende eeuw een stelsel van kunstmatige meren aan, de tajchy, die regenwater en smeltwater opvingen.

Op het hoogtepunt waren dat er ongeveer 60, verbonden door meer dan 100 kilometer aan kanalen en tunnels. Het water liep over 57 kilometer aan geulen naar waterraderen, die pompen aandreven om het grondwater uit de mijnen te halen, en later ook de verwerking en de molens van energie voorzagen.

Van die 60 bestaat nog ongeveer een derde. Ze zijn nu recreatiewater: er wordt gezwommen, gevist en in de winter geschaatst. Dat is een ongewone tweede levensfase voor industrieel erfgoed, en het is precies waarom UNESCO in 1993 de stad samen met de technische monumenten in de omgeving inschreef.

Een wandeling langs een paar tajchy is de aardigste manier om te begrijpen hoe de stad heeft gewerkt. De paden zijn gemarkeerd en de hoogteverschillen zijn overzichtelijk.

De Kalvária op de heuvel

Boven de stad ligt de Kalvária, een barokke kruisweg uit het midden van de achttiende eeuw. Een reeks kapellen loopt in een rechte lijn tegen een kegelvormige heuvel op, met bovenaan een kerk.

Het complex verkeerde decennialang in verval en is de laatste jaren stap voor stap gerestaureerd, grotendeels met giften en vrijwilligerswerk. Dat is te zien: sommige kapellen zijn af, andere nog niet.

De klim naar boven duurt een half uur en levert het beste uitzicht op de stad en de omliggende heuvels. Het is ook de plek waar de vulkanische vorm van het landschap het duidelijkst zichtbaar is.

Ondergronds en bovengronds museum

Het Slowaaks Mijnbouwmuseum heeft een openluchtafdeling waar u een echte mijn in kunt. U krijgt helm, jas en lamp en loopt met een gids door gangen die in de achttiende eeuw zijn uitgehakt.

De rondgang duurt ongeveer anderhalf uur en gaat over ongeveer een kilometer. Het is er koel, rond de 9 graden, en op enkele plaatsen laag. Voor kinderen vanaf een jaar of zes is het goed te doen en het maakt indruk.

Boven de grond zijn er het Oude en het Nieuwe Kasteel. Het Nieuwe Kasteel is eigenlijk een wachttoren uit de zestiende eeuw, gebouwd tegen de Ottomaanse dreiging, en het huisvest nu een tentoonstelling over die periode. De blik vanaf de omloop is de moeite waard.

Een stad die bijna verdween

Toen de mijnen in de negentiende en twintigste eeuw uitgeput raakten, liep de stad leeg. In de communistische periode raakten grote delen in verval, en er zijn plannen geweest om hele straten te slopen.

De inschrijving op de werelderfgoedlijst in 1993 keerde dat. Sindsdien is er stelselmatig gerestaureerd, en de laatste twintig jaar heeft de stad een tweede leven gekregen als plek voor kunstenaars en mensen uit Bratislava die er een tweede huis kopen.

Dat maakt het bezoek anders dan aan een keurig geconserveerd historisch centrum. Naast opgeknapte gevels staan panden die nog wachten, en het geheel voelt eerder als een stad in bedrijf dan als een monument. Voor veel bezoekers is dat precies de aantrekkingskracht.

Het stadje ligt op ongeveer twee uur rijden van Bratislava, wat het geschikt maakt als tussenstop op weg naar het oosten. Eén overnachting doet het meer recht dan een middag.

Het Klopačka-torentje en de dagindeling van een mijnstad

Aan de rand van het oude centrum staat de Klopačka, een klein torengebouw uit 1751 met binnenin een houten klopwerk. Daarmee werden de mijnwerkers gewekt en naar de schachten geroepen.

Dat klinkt als een detail, maar het laat zien hoe de stad werkte. Een mijnstad heeft een ritme dat door de ploegen wordt bepaald, en dat ritme werd hoorbaar gemaakt met een instrument dat over de hele kom te horen was.

De Klopačka is te bezoeken en het klopwerk werkt nog. Het is een van de weinige bewaarde exemplaren in Europa.

Op de heuvel erboven staat het Oude Kasteel, dat oorspronkelijk een kerk was en in de zestiende eeuw tot vesting werd verbouwd tegen de Ottomaanse dreiging. Dat soort verbouwingen, waarbij een gewijd gebouw een militaire functie kreeg, is in deze streek geen uitzondering.

Veelgestelde vragen

Kan ik in de tajchy zwemmen?
In een aantal ervan wel. Ze zijn in de zomer recreatiewater; bij enkele zijn voorzieningen aangelegd. Ze zijn ooit gegraven om mijnen leeg te pompen.
Is de mijn geschikt voor kinderen?
Vanaf ongeveer zes jaar. De rondgang duurt anderhalf uur, het is er rond 9 graden en op sommige plekken laag.
Hoe lang moet ik blijven?
Een dag is krap. Met de mijn, de Kalvária en een wandeling langs de tajchy vult u twee dagen zonder moeite.
Lees ook