Bardejov ligt in de noordoostelijke hoek van Slowakije en heeft het gaafst bewaarde middeleeuwse plein van het land. Het staat sinds 2000 op de werelderfgoedlijst, samen met de joodse voorstad aan de rand van de kern. Het stadhuis midden op het plein dateert uit 1509 en is het eerste renaissancegebouw van Slowakije.
Een plein dat nooit is volgebouwd
Het Radničné námestie is rechthoekig, ruim, en aan alle vier de zijden omzoomd door burgerhuizen met puntgevels. Dat klinkt gewoon, maar het is zeldzaam: in de meeste Midden-Europese steden zijn zulke pleinen in de negentiende eeuw doorbroken of in de twintigste gebombardeerd.
Bardejov ontsnapte aan beide. De stad lag na de middeleeuwen in een uithoek, de handelsroutes verlegden zich, en er kwam geen geld voor grootscheepse verbouwing. Wat als economische tegenslag begon, heeft het plein bewaard.
De huizen dateren grotendeels uit de vijftiende en zestiende eeuw, met gotische kernen en latere gevels. Ze staan schouder aan schouder, met smalle percelen, precies zoals de middeleeuwse verkaveling het voorschreef.
Het stadhuis uit 1509
Midden op het plein staat het stadhuis, vrijstaand, met een trapgevel en een geschilderde zonnewijzer. Het werd tussen 1505 en 1511 gebouwd en geldt als het eerste gebouw in Slowakije waarin renaissance-elementen zijn toegepast.
De combinatie is te zien: gotische raamvormen onderin, renaissance-details in het bovenwerk. Het gebouw stond destijds voor de welvaart van een stad die leefde van de handel op Polen, van linnenweverij en van wijnhandel.
Binnen zit een afdeling van het Šariš-museum, met de stadsgeschiedenis en een verzameling die ingaat op de gildes. De toegang is bescheiden en het museum is klein genoeg om in een uur te doen.
De Sint-Egidiuskerk en haar elf altaren
Aan de noordzijde van het plein staat de basiliek van Sint-Egidius, gotisch, uit de veertiende en vijftiende eeuw. Wat haar bijzonder maakt, staat binnen: elf laatgotische vleugelaltaren, grotendeels uit de vijftiende en zestiende eeuw, op hun oorspronkelijke plaats.
Dat aantal is in Midden-Europa uitzonderlijk. Bij de meeste kerken zijn zulke altaren in de barok vervangen, verkocht of naar musea verhuisd. Hier bleven ze staan, om dezelfde reden dat het plein bleef staan: er was geen geld om ze te vervangen.
De toren is beklimbaar en geeft uitzicht over het plein en de stadsmuren. Die muren zijn voor een groot deel bewaard, inclusief bastions, wat in Slowakije eveneens zeldzaam is.
De joodse voorstad
Aan de rand van de historische kern ligt een tweede werelderfgoedonderdeel dat veel bezoekers overslaan: de suburbium Judaeorum, de joodse voorstad uit de achttiende eeuw.
Het complex bestaat uit een grote synagoge, een rituele slachtplaats, een badhuis en een gemeenschapshuis, alle bij elkaar op een terrein. Zo'n complete groep gebouwen is elders in Midden-Europa nauwelijks bewaard gebleven.
De joodse gemeenschap van Bardejov werd in 1942 gedeporteerd; vrijwel niemand keerde terug. De gebouwen stonden decennia leeg en zijn de laatste jaren deels gerestaureerd. Openstelling is beperkt en wisselt; informeer bij het toeristenbureau aan het plein.
Dat dit deel van de stad in de UNESCO-inschrijving van 2000 is meegenomen, is niet vanzelfsprekend en zegt iets over hoe de stad haar eigen geschiedenis benadert.
Bardejovské Kúpele en de omgeving
Op enkele kilometers ten noorden van de stad ligt Bardejovské Kúpele, een kuuroord met minerale bronnen dat in de negentiende eeuw op zijn hoogtepunt was. Keizerin Elisabeth van Oostenrijk, Sisi, verbleef er in 1895.
Het kuurpark is gratis toegankelijk en er staat een openluchtmuseum met houten gebouwen uit de streek, waaronder verplaatste kerken. Dat is de eenvoudigste manier om houten kerkbouw te zien zonder de losse dorpen af te rijden.
De echte houten kerken staan in de dorpen eromheen. Bodružal en Ladomirová, twee van de acht op de werelderfgoedlijst, liggen op ongeveer een uur rijden richting het oosten. Hervartov, de oudste van het land, ligt op een klein half uur ten zuidwesten van Bardejov.
Bardejov ligt afgelegen. Vanaf Košice rijdt u ongeveer anderhalf uur, vanaf Bratislava een dag. Dat verklaart waarom het er, ook in de zomer, rustig is.
Waarom de stad ooit rijk was
Bardejov lag aan de handelsroute van Hongarije naar Polen, en dat is de reden voor alles wat er staat. In de vijftiende eeuw was de stad een centrum van linnenweverij en van de handel in wijn naar het noorden.
De stad kreeg in 1376 de status van vrije koninklijke stad, wat betekende dat ze rechtstreeks onder de koning viel en eigen rechtspraak, muren en markten mocht hebben. Uit die periode stammen de percelen aan het plein en de rijkdom die de huizen mogelijk maakte.
Daarna ging het bergafwaarts. De handelsroutes verlegden zich, de Ottomaanse oorlogen ontwrichtten de regio en de stad verarmde. Wat volgde waren eeuwen waarin er niets werd afgebroken omdat er niets te bouwen viel.
Dat is het patroon achter vrijwel elk gaaf bewaard historisch centrum in Midden-Europa: niet zorg, maar armoede op het juiste moment.
Praktisch: wanneer en hoe lang
Het plein is het hele jaar door toegankelijk en op zichzelf gratis. Kaartjes hebt u alleen nodig voor het stadhuismuseum en de kerktoren.
De zomer is het levendigst; in augustus wordt op het plein een jaarmarkt gehouden die teruggaat op de middeleeuwse traditie. In de winter is het er stil en gaat de kou van het noordoosten door de gevels heen, wat het plein op zijn eigen manier fotogeniek maakt.
Een halve dag volstaat voor de stad. Wie ook de joodse voorstad, het kuuroord en een houten kerk wil zien, blijft een nacht.
Er is een klein aanbod aan hotels en pensions aan en rond het plein. In het hoogseizoen is reserveren verstandig, niet vanwege de drukte maar omdat het aanbod beperkt is.



