Bratislava is de enige hoofdstad ter wereld die aan twee landen grenst, en de oude kern is in een halve dag te belopen. Reken op twee dagen: één voor de binnenstad en de burcht, één voor Devín of de wijndorpen. De stad is aanmerkelijk goedkoper dan Wenen op 60 kilometer afstand, en aanmerkelijk rustiger dan Praag.
Een kleine kern met een grote geschiedenis
De oude stad van Bratislava is klein. U loopt hem in een uur rond, en dat is inclusief stilstaan. Wat u ziet, is een kern van pastelkleurige gevels, smalle straten en pleinen die na 1989 grondig zijn opgeknapt, zoals op de foto boven dit artikel.
Dat kleine formaat verhult wat de stad is geweest. Tussen 1563 en 1830 werden de koningen van Hongarije hier gekroond, in de Sint-Maartenskathedraal, omdat Boedapest door de Ottomanen bezet was. Elf koningen en acht koninginnen kregen hier de kroon opgezet, onder wie Maria Theresia in 1741.
De stad heette destijds Pressburg in het Duits en Pozsony in het Hongaars. De naam Bratislava is pas in 1919 in gebruik genomen. Wie oude kaarten bekijkt, vindt de stad dus onder een andere naam, en dat verklaart waarom de geschiedenis van deze plek in Nederlandse boeken lastig terug te vinden is.
De burcht boven de rivier
De burcht staat op een heuvel boven de Donau en is van bijna overal in de stad te zien. Het gebouw met vier hoektorens oogt oud maar is dat maar half: het brandde in 1811 uit en lag anderhalve eeuw in puin, waarna het tussen 1956 en 1964 werd herbouwd.
Dat verklaart het strakke, bijna nieuwe uiterlijk. Binnen zit het Slowaaks Nationaal Museum. De echte reden om omhoog te lopen is het uitzicht: op de Donau, op de brug met de schotel, en op de flatwijk Petržalka aan de overkant.
De klim vanaf de oude stad duurt een kwartier en gaat over trappen. Wie slecht ter been is, kan met de auto of taxi tot bij de poort komen.
De brug met de schotel erop
De Most SNP, de brug van de Slowaakse Nationale Opstand, is een tuibrug uit 1972 met bovenop de pyloon een schijfvormig restaurant op 85 meter hoogte. De Bratislavanen noemen het gevaarte de UFO.
Het uitzichtsplatform is met een lift bereikbaar en geeft een rondblik over de stad, de Donau en bij helder weer tot in Oostenrijk en Hongarije. De toegang is niet goedkoop, maar wordt verrekend als u in het restaurant iets gebruikt.
De brug heeft een schaduwzijde die zelden op ansichtkaarten staat. Voor de bouw werd een groot deel van de historische joodse wijk gesloopt, inclusief de synagoge. Op de plek waar die stond, aan de voet van de kathedraal, staat nu een sober monument.
Beelden op straathoeken
Bratislava heeft een reeks bronzen beelden op straatniveau die tot de meest gefotografeerde objecten van de stad horen. Het bekendste is Čumil, een rioolwerker die uit een put omhoog kijkt, geplaatst in 1997.
De beelden dateren vrijwel allemaal uit de jaren na de onafhankelijkheid en waren bedoeld om de opgeknapte binnenstad wat luchtiger te maken. Dat is gelukt, in die zin dat er permanent iemand naast staat te poseren.
Wie ze wil vinden: Čumil staat op de hoek van Panská en Rybárska brána. De andere staan verspreid door de kern, en zoeken is hier prettiger dan een lijst afwerken.
Michalská brána en wat er over is van de muur
Van de vier stadspoorten die Bratislava ooit had, staat er nog één: de Michalská brána, de Michaëlspoort, uit de veertiende eeuw. De toren is te beklimmen en herbergt een wapenmuseum.
Boven aangekomen kijkt u over de daken van de oude stad, wat een ander perspectief geeft dan het uitzicht vanaf de burcht: dichterbij en minder panoramisch. De trap is smal en steil.
Onder de poort ligt in het plaveisel een koperen plaat met de afstanden naar een reeks hoofdsteden. Het is de soort details waar deze stad vol mee zit, en waar u langsloopt als u niet naar beneden kijkt.
Slavín en de blik van bovenaf
Op een heuvel ten noorden van het centrum staat Slavín, het monument voor de bijna 7.000 Sovjetsoldaten die sneuvelden bij de bevrijding van Bratislava in april 1945. Het is tegelijk een begraafplaats en een uitzichtpunt.
Het monument is uit 1960 en van een schaal die u in het compacte centrum niet verwacht. De omgeving is een villawijk, en de wandeling erheen loopt door straten die weinig met de toeristische binnenstad te maken hebben.
Het uitzicht is het beste van de stad: u kijkt over het centrum, de burcht en de rivier. Er zijn geen kaartjes en er is geen wachtrij. Voor wie een uur over heeft en genoeg heeft van de drukte in de kern, is dit de beste besteding daarvan.
Eten, drinken en de prijs
Bratislava is aanzienlijk goedkoper dan Wenen, op een uur rijden afstand. Voor een maaltijd rekent u 8 tot 16 euro, voor een halve liter bier 2 tot 4 euro. Rond het hoofdplein liggen de prijzen aan de bovenkant; twee straten verder zakken ze merkbaar.
De lokale specialiteit is bryndzové halušky, aardappeldeegballetjes met schapenkaas en spek. Vrijwel elk restaurant met Slowaakse keuken heeft het op de kaart.
Drinken doet u wijn, niet bier. De wijngaarden van de Kleine Karpaten beginnen aan de rand van de stad, en de wijnbars in de binnenstad schenken uit die streek. Dat is een van de weinige Europese hoofdsteden waar de wijngaarden binnen de gemeentegrens liggen.
Wat u eromheen doet
Twee dagen is genoeg voor de stad zelf. Wie langer blijft, heeft twee logische uitstapjes.
Devín ligt op ongeveer tien kilometer, waar de Morava in de Donau stroomt. De burchtruïne staat op een rots boven de samenvloeiing, en aan de voet staat het monument voor de mensen die tijdens de communistische periode omkwamen bij een vluchtpoging over deze grens.
De wijndorpen Pezinok en Modra liggen op een half uur richting het noordoosten. Daar loopt de wijnroute van de Kleine Karpaten, en de kelders zijn in het najaar open voor bezoek.
En dan Wenen, op 60 kilometer. Er vaart een snelle boot over de Donau en er rijdt een trein in een uur. Dat maakt een dagtocht naar de Oostenrijkse hoofdstad eenvoudiger dan een uitstapje naar de eigen bergen.



