Slowakije heeft zes wijnstreken. De Kleine Karpaten, direct ten noordoosten van Bratislava, is met ruim 7.300 hectare de grootste en beslaat ongeveer een derde van het totale areaal. In het uiterste zuidoosten ligt het Slowaakse deel van Tokaj: zeven gemeenten en ongeveer 908 hectare, waar dezelfde zoete wijnen worden gemaakt als aan de Hongaarse kant.
Wijngaarden aan de rand van de hoofdstad
Bratislava is een van de weinige Europese hoofdsteden waar de wijngaarden binnen de gemeentegrens beginnen. Op de hellingen van de Kleine Karpaten, direct ten noorden van de stad, loopt een strook wijnbouw die doorgaat tot voorbij Trnava.
De streek beslaat ruim 7.300 hectare, ongeveer een derde van het Slowaakse areaal. De bekendste plaatsen zijn Pezinok, Modra en Svätý Jur, allemaal binnen een half uur van de hoofdstad.
Modra is het centrum van de streek en tegelijk bekend om zijn keramiek. Het huis op de foto boven dit artikel staat aan de Súkennícka in Modra: een wijnbouwershuis met de karakteristieke inrit die breed genoeg is voor een kar met vaten, met daarachter een kelder in de heuvel.
De Malokarpatská vínna cesta, de wijnroute van de Kleine Karpaten, verbindt de dorpen. Het is geen bewegwijzerde route in de Franse zin maar een verband tussen wijnhuizen die op vaste dagen open zijn.
Welke wijnen hier vandaan komen
Slowakije is overwegend wittewijnland. De belangrijkste druiven zijn Veltlínske zelené, de Grüner Veltliner die u uit Oostenrijk kent, en de beide rieslings: Rizling vlašský, de Welschriesling, en Rizling rýnsky, de echte riesling.
Daarnaast wordt er Pinot Gris, Müller-Thurgau en Rulandské biele verbouwd, en aromatische druiven als traminer en muskaat. Die laatste twee bepalen het beeld dat veel bezoekers van Slowaakse wijn overhouden: bloemig en met een uitgesproken geur.
Voor rode wijn zijn Frankovka modrá en Svätovavrinecké de belangrijkste. Die zijn lichter en frisser dan Zuid-Europese rode wijnen en worden ter plaatse vaak licht gekoeld geschonken.
Een eigenaardigheid die u nergens anders tegenkomt: de meeste kleine wijnhuizen verkopen hun wijn overwegend in eigen land. Slowakije exporteert weinig, en wat u hier drinkt, vindt u thuis vrijwel niet terug.
Het Slowaakse Tokaj
In de zuidoostelijke punt van het land, tegen de Hongaarse grens, ligt het kleinste en meest bijzondere wijngebied: Tokaj. Het Slowaakse deel omvat zeven gemeenten en ongeveer 908 hectare.
Het is dezelfde geologische en historische streek als het Hongaarse Tokaj, met dezelfde vulkanische bodem, dezelfde druiven en dezelfde methode. De zoete wijnen worden gemaakt van druiven die door Botrytis cinerea zijn aangetast, de edele rotting die in de herfst in de mist langs de rivieren optreedt.
De kelders zijn eeuwenoud en uitgehakt in tufsteen, met een schimmelsoort op de wanden die het klimaat mee reguleert. Een aantal is te bezoeken, in Malá Tŕňa en Viničky.
Dat het Slowaakse Tokaj mag heten, is decennialang een juridische kwestie geweest tussen Slowakije en Hongarije. Sinds de toetreding van beide landen tot de Europese Unie is dat geregeld, en mag ook de Slowaakse kant de naam voeren.
De andere vier streken
Naast de Kleine Karpaten en Tokaj zijn er nog vier: Nitra, Zuid-Slowakije, Midden-Slowakije en Oost-Slowakije. Samen zijn ze goed voor het grootste deel van het overige areaal.
Nitra is de tweede in omvang en heeft een reputatie voor riesling. Zuid-Slowakije, langs de Donau en de Hongaarse grens, is het warmste gebied en het enige waar rode wijn een serieus aandeel heeft.
Midden-Slowakije is klein en versnipperd, met wijngaarden op de vulkanische hellingen rond Banská Štiavnica en Hont. Oost-Slowakije ligt rond Michalovce en is de minst bekende.
Voor bezoekers is de Kleine Karpaten in de praktijk de enige streek die zonder voorbereiding te bezoeken is. De andere vragen om afspraken vooraf en om een auto.
Wanneer en hoe u proeft
De open kelderdagen in het najaar zijn het beste moment. In november houdt de streek van de Kleine Karpaten haar dag van de open kelders, waarbij tientallen wijnhuizen tegelijk opengaan tegen één toegangsprijs met een glas erbij.
Dat is druk en gezellig, en niet de beste omstandigheid om rustig te proeven. Wie dat wil, maakt buiten die dagen een afspraak bij een enkel wijnhuis; de meeste ontvangen op afspraak ook kleine gezelschappen.
De oogst is in september en oktober. In die maanden is er in vrijwel elk dorp een wijnfeest, en wordt burčiak geschonken: gedeeltelijk vergiste most, zoet en troebel, met een alcoholpercentage dat oploopt naarmate het seizoen vordert. Dat drinkt als vruchtensap en werkt niet zo.
Rijdt u zelf, dan geldt de nullimiet: in Slowakije is 0,0 promille de grens, zonder marge. In een streek waar het proeven het doel is, is dat een reden om iemand anders te laten rijden of ter plaatse te overnachten.
Wat u meebrengt en wat u beter ter plaatse drinkt
De aromatische witte wijnen uit de Kleine Karpaten reizen goed en zijn een verstandige aankoop. Een traminer of een muskaat van een klein huis kost bij de producent 6 tot 12 euro en is in Nederland niet te krijgen.
De Tokaj-wijnen zijn duurder en bewaren jarenlang. Ze worden in halve flessen verkocht, wat bij zoete wijn gebruikelijk is, en een goede fles uit de Slowaakse kant kost tussen 15 en 40 euro.
Burčiak neemt u niet mee. Hij gist door in de fles en houdt zich hooguit enkele dagen; dat is precies waarom hij alleen in het najaar en alleen ter plaatse te krijgen is.
Een praktisch punt: veel kleine wijnhuizen verkopen ook per liter uit het vat, in meegebrachte flessen of plastic cans. Dat is de goedkoopste manier om te drinken wat de streek maakt, en het is bepaald niet de mindere wijn.



