De Hoge Tatra is het kleinste hooggebergte van Europa: ongeveer 26 kilometer lang, met 25 toppen boven 2.500 meter. Wandelen mag alleen op gemarkeerde paden, en boven de bosgrens alleen tussen 15 juni en 31 oktober. Voor dagtochten zonder klimervaring zijn de dalen naar de bergmeren de beste keus; wie hoger wil, heeft voor sommige toppen een gids nodig.
Klein gebergte, grote hoogteverschillen
De Hoge Tatra beslaat een gebied dat u op een kaart van Slowakije nauwelijks ziet liggen. Van west naar oost is de hoofdkam ongeveer 26 kilometer lang. Toch staan er 25 toppen boven 2.500 meter, met de Gerlachovský štít op 2.655 meter als hoogste punt van de Karpaten.
Dat samengaan van klein oppervlak en grote hoogte bepaalt het karakter van het wandelen hier. U vertrekt uit een dorp op ongeveer 900 meter en staat binnen een dag op 2.000 meter of hoger. De hoogteverschillen per tocht liggen tussen 700 en 1.200 meter, wat meer is dan de meeste Alpenwandelaars gewend zijn bij tochten van vergelijkbare lengte.
De consequentie: de tijdsaanduidingen op de gele wegwijzers zijn krap. Ze gaan uit van een gestaag doorlopende wandelaar zonder pauzes. Reken voor uzelf met een kwart tot de helft extra, zeker op de afdaling, waar de rotsige paden trager gaan dan de klim.
De regels van het park, en waarom ze bestaan
In het Tatra Nationaal Park geldt een aantal regels die strenger zijn dan in de Alpen. Wandelen mag uitsluitend op gemarkeerde paden. Van de route afwijken is alleen toegestaan onder begeleiding van een erkende berggids, en dan nog alleen tussen 16 juni en 31 oktober.
De hooggelegen paden zijn gesloten van 1 november tot 15 juni. Kamperen en bivakkeren zijn in het hele park verboden, zonder uitzondering. Wie in de bergen wil overnachten, doet dat in een hut.
Deze regels zijn niet nieuw en niet symbolisch: het park wordt bewaakt en overtredingen worden beboet. De achtergrond is tweeledig. De Tatra is klein en kwetsbaar, met gemzen en marmotten die in de winter geen verstoring verdragen, en de lawinerisico's in het voorjaar zijn reëel.
Er is een praktische kant die vaak vergeten wordt: doordat u alleen op gemarkeerde paden loopt, is verdwalen in de Tatra bijna onmogelijk. De markeringen zijn dicht op elkaar geverfd en de kruispunten hebben genummerde wegwijzers met looptijden. Dat maakt het gebied juist geschikt voor wandelaars die zelfstandig op pad gaan zonder ervaring met routevinden.
Routes voor wie zonder klimervaring komt
De dalwandelingen naar de bergmeren zijn de beste introductie. Van Hrebienok naar de Studenovodské watervallen en verder naar de Zamkovského hut is een tocht van ongeveer drie uur enkele reis, met een stevige maar egale klim.
De wandeling van Tatranská Lomnica naar het Zelené pleso, het groene meer, duurt ongeveer vier uur heen. U eindigt bij een hut aan de oever, met daarachter een rotswand die met ongeveer 900 meter de hoogste van de Tatra is. Dat is een van de weinige plekken waar de schaal van dit gebergte in één blik te vatten is.
Vanaf Štrbské Pleso loopt een pad naar het Popradské pleso, dat vlak en breed genoeg is voor wie met kinderen komt. Vanaf daar kunt u doorlopen naar de Rysy, maar dan begint een heel ander soort tocht.
De algemene regel: alles wat naar een meer gaat, is haalbaar met goede schoenen en conditie. Alles wat naar een sedlo gaat, een pas, vraagt meer. En alles wat naar een štít gaat, een top, vraagt ofwel klimervaring ofwel een gids.
Toppen waarvoor u een gids nodig hebt
Een aantal toppen in de Tatra is alleen toegankelijk met een erkende berggids. De bekendste is de Gerlachovský štít: als hoogste berg van het land staat hij op menig verlanglijstje, maar er loopt geen vrij toegankelijk pad naartoe. Hetzelfde geldt voor een reeks andere toppen buiten het gemarkeerde net.
De Rysy, op 2.503 meter, is wel vrij toegankelijk en daarmee de hoogste top waar u zonder gids mag komen. Het pad loopt over de grens met Polen en is in de laatste sectie beveiligd met kettingen. Reken op zeven tot negen uur heen en terug vanaf Štrbské Pleso.
De parkregels zijn daarbij nauwkeurig: een gids mag ten hoogste 5 wandelaars begeleiden, en per top worden per dag niet meer dan 30 mensen buiten de paden toegelaten. Gidsen melden hun tocht vooraf aan bij het park, met de gekozen top en een alternatieve route bij slecht weer. Een gids kost enkele honderden euro's per dag voor een kleine groep, en het is de enige legale manier om buiten de paden te komen. In een gebergte waar het weer binnen een uur omslaat, is dat geen luxe.
De Lomnický štít, op 2.634 meter de tweede top van het land, is de uitzondering: daar brengt een kabelbaan u naartoe. Het laatste traject overwint 855 meter hoogteverschil in 8,5 minuut.
Wat wandelaars hier onderschatten
Het weer slaat om. In juli en augustus bouwt het onweer zich vaak in de middag op, met bliksem op de kammen. De vuistregel van Slowaakse wandelaars is voor zessen vertrekken en voor tweeën terug zijn.
De rotsformatie is de tweede verrassing. De Tatra is graniet, en granietpaden zijn na regen glad. Veel ongelukken gebeuren op de afdaling, niet op de klim. Stokken helpen meer dan de meeste mensen denken.
De derde is de hoogte zelf. Op 2.500 meter merkt een deel van de wandelaars het effect van de dunnere lucht, zeker als ze de dag ervoor nog op zeeniveau waren. Een rustige eerste dag met een dalwandeling is geen verloren dag maar een verstandige.
En dan het bergreddingsteam, de Horská záchranná služba. Een reddingsactie in Slowakije wordt in rekening gebracht bij de gered persoon, tenzij die verzekerd is. Een reisverzekering met dekking voor bergsport is hier geen formaliteit.
Kaarten, markeringen en de gele bordjes
De markeringen volgen het Midden-Europese systeem: een gekleurde streep tussen twee witte, op rotsen en bomen geschilderd. Rood is doorgaans een hoofdroute of kamroute, blauw en groen zijn dalroutes, geel verbindt.
Bij elk kruispunt staat een wegwijzer met plaatsnamen, hoogte en looptijden in uren en minuten. Die tijden gelden voor enkele reis en voor de aangegeven richting; klimmen en dalen verschillen. Ze zijn krap gerekend, zoals eerder gezegd.
Een papieren wandelkaart op schaal 1:25.000 is nog altijd nuttig, ook als u een app gebruikt. Bereik is in de dalen wisselend, en de kaart laat de nummers van de kruispunten zien waarmee u een route vooraf kunt uitschrijven. Die nummers gebruikt de bergredding ook, wat ze bij een melding meteen bruikbaar maakt.



